Op het tandvlees naar het eind
4 februari 2026
Van muizen weet iedereen dat ze zich enorm kunnen vermenigvuldigen en de betekenis van ‘ fokken als konijnen’ hoef je niemand uit te leggen. Maar wist je dat de veldleeuwerik min of meer ook in zo’n rijtje past? Ecologen die al jaren veldleeuweriken volgen met zenders en met ringen, stellen vast dat ze verbazingwekkend vruchtbaar zijn. Vanaf april tot in augustus werken de vogels zich in het zuur om nestjes te maken, eieren te leggen, jongen groot te brengen en constant heen en weer te vliegen met voedsel.
Zodra een eerste leg jongen weg is (uitgevlogen of dood) laten ze er geen gras over groeien en hebben ze tien dagen later weer een nest met een eerste ei erin. In die lange broedperiode kan een paartje wel drie keer broeden en jongen voortbrengen. Als dat allemaal succesvol was, zouden ze tien jongen per jaar groot brengen. Dan zouden we binnen een paar jaar tot aan de enkels in de veldleeuweriken staan en ons zorgen maken of dat wel goed komt. Maar ja, ondanks de enorme inspanning van deze heldhaftige vogel van het open veld die er ook nog hoog in de lucht fantastische concerten bij geeft, is de populatie de afgelopen decennia gestaag afgenomen. Kun je nagaan hoeveel eitjes en jongen er door allerlei oorzaken verongelukken.
Henk Jan Ottens van het Kenniscentrum akkervogels heeft talloze volwassen en jonge vogels tijdens het seizoen gewogen en raakte onder indruk van de inspanningen. “Je ziet dat ze in de loop van het seizoen flink inleveren op gewicht. Een volwassen vogel weegt aan het begin 35 gram en tegen augustus minder dan 30 gram. Vijftien procent gewichtsafname is erg veel. Je ziet dat de vogels het zwaar hebben. De eitjes in het laatste nestje zijn kleiner en de jongen zijn lichter en minder levensvatbaar. Ze gaan vrijwel op het tandvlees naar het eind van het seizoen.”
Elke soort heeft zo zijn eigen strategie in de voortplanting. Een grutto doet het normaal gesproken met één nest en is in juli al weer op de wieken naar het verre Afrika voor acht maanden rust. Maar die hebben langer te leven: tot zo’n dertig jaar wel. Kleinere vogels leven korter. Veldleeuweriken die de eerste winter doorkomen, leven dan gemiddeld nog drie jaar. In de landbouwgebieden gaat het door alle veranderingen slecht met de voortplanting. Er is voedsel en broedgelegenheid in open gewassen als gras, luzerne en de eerste maanden ook in granen en aardappels. Maar de maaimomenten en het ruggen opbouwen in aardappels komen vaak net te vroeg. Een lichtpuntje is dat het in de aardappels met nieuwe techniek mogelijk is om al bij het poten de rug op te zetten. En vooral dankzij meer rust in nieuwe natuurgebieden is de afname van aantallen gestopt en zien we weer een lichte toename.
We spreken elkaar,
Aanmelden
