Omdenken over ‘ maaidatum-ruwvoer’
6 november 2025
Met grote plenzen maakt de natuur duidelijk dat het najaar is en dientengevolge gaan er steeds meer staldeuren dicht. Mijn oom de Weideman vindt dit een mooie periode om een stalvoerbalans te maken. Je zet dan op een rij hoeveel ruwvoer je hebt, van welke kwaliteit en in welke periode of seizoen je dat gaat inzetten voor melkvee, voor droge koeien en het jongvee. Het liefst kijk je een jaar vooruit: winter, voorjaar, zomer en najaar.
Met een aandeel weidevogelbeheer op je land heb je dan ook van die afwijkende partijen ruwvoer waar minder Vemmen en lagere eiwitgehaltes in zitten. Hoe is je voederwinning van die percelen dit jaar gegaan en wat kun je er vervolgens mee in je bedrijf? Veel boeren hebben er een haat-liefde verhouding mee, dat gras van percelen met late maaidatum en rond plasdrassen. Termen als rommel en apenland, hoor je soms.
Met een beetje rekenwerk voor je stalvoerbalans kun je in beeld krijgen hoeveel van het matige ruwvoer opgevreten kan worden door pinken (9 kg ds/dag), kalveren (6 kg ds/dag en droge koeien (12 kg ds/dag). Als je rekent met een globale opbrengst van 7 ton drogestof van beheerland kun je schatten hoeveel voer er van af komt, of je kunt balen tellen, of de kuil opmeten.
Het spul heeft echt ook zijn positieve kanten. Vorige keer haalde ik al een bedrijfsadviseur aan die heel nuchter de opties liet zien. Hij wijst erop dat je de vergoeding voor natuurbeheer (deels) kunt inzetten om te sturen met meer krachtvoer en/of meer zetmeel van aangekocht ruwvoer of bijproducten. Verder is het zo dat op bedrijven zonder natuurbeheer veel hoogwaardig kuilvoer naar droge koeien en jongvee gaat. Dat betekent vaak dat ze een overmaat aan eiwit krijgen. Met beheerpercelen heb je een portie ruwvoer die voor deze groepen juist geschikter is: minder eiwitovermaat, dus lagere verliezen en wellicht iets minder mestafzet. Nadeel, het moet ook gezegd, is de lagere verteerbaarheid, waardoor je een hogere CO2- en methaanuitstoot krijgt. Daar komt dat bovengenoemde bijsturen om de hoek. Tenslotte is natuurhooi mooi (herkauw)voer voor jongvee en past het soms om het melkveerantsoen te ‘vertragen’ en meer prik te geven als dat nodig is.
Zie je het dankzij de hogere vergoedingen wel zitten om het aandeel beheerland te vergroten naar 30, 40 procent of meer, dan weet je dat de koeien een deel van dat matige voer moeten gaan opvreten. Ik ontdekte bij Stichting Weidegang een mooi filmpje over hoe de Friese maatschap De Jong op hun bedrijf met 200 melkkoeien en veel weidevogelbeheer op de huiskavel van 80 hectare de puzzel legt voor een passend rantsoen in de winter en in de andere seizoenen (Video ‘Op het scherpst van de snede’). Volgens mij is dat inspiratie voor ‘omdenken’ om de kansen te zien en je eigen maatwerkoplossing te organiseren. Let vooral maar eens op het lage RE-gehalte waarmee De Jong de koeien voert, een knappe melkproductie realiseert en gemiddeld een superlaag ureumgetal in de melk heeft. Dat scheelt een flinke duit aan mestafzet!
We spreken elkaar,

Aanmelden