Menu

Gruttolandschap: inzoomen – uitzoomen

15 februari 2026      

Zoom even in op het leven van een gruttopaar met kuikens in een goed beheerd weidevogelgebied. De kuikens (baby’s zijn het nog!) waden door het lange gras om 4000 tot 6000 insecten per dag te vangen. Dat valt niet mee, ondanks de keuze van de ouders voor goed beheerd weidevogelgebied. . Als het koud is moeten de kuikens regelmatig onder de vleugels om op te warmen. Weinig tijd voor babyslaapjes, voortdurend op voedseljacht. De kuikens blijken veel lichter dan in de tachtiger jaren. In de goed beheerde gebieden zijn de broedresultaten prima en worden nog wel kuikens groot, maar: ze redden het maar net.

Zoom met mij even uit om vanaf een hoge positie het landschap te bekijken. Tussen en rondom die weidevogelgebieden zien we veel intensieve landbouw met raaigrasland en mais. Natuurgebieden met ruigere graslanden en moeras, oprukkende woonwijken. Simpel gezegd is dat wat onderzoekers van Rijks Universiteit Groningen al jaren doen in het gruttolandschap-project in Zuidwest Friesland: inzoomen op het wel en wee van de vogels, meten, wegen, zenderen en volgen, maar ook uitzoomen en kijken naar grotere verbanden in het landschap.

Vangen en tellen van insecten laat een grote achteruitgang zien ten opzichte van de tachtiger jaren en opvallend genoeg zijn die aantallen kleiner dan in vergelijkbare gebieden in Duitsland. Dat zien ze als een effect van de veranderingen in het landschap en de landbouw. Het optreden van grondrovers en roofvogels kent al net zo’n verband: in de gebieden met overwegend intensieve landbouw en weinig (agrarisch) natuurbeheer is weinig te vreten voor predatoren en dat vergroot de druk op de schaarse plekken met weidevogels. Daar roven ze soms hele polders leeg.

De vermaarde trekvogelecoloog en leider van het onderzoek Theunis Piersma verbindt er een groot verhaal aan: het echte probleem zit in het landschap om de weidevogelgebieden heen. “ in de manier waarop we op grote schaal landbouw bedrijven”. De landbouw moet een andere en duurzamere koers varen, is zijn boodschap.

Belangrijk onderzoek, goed om te zeggen. Maar. In de afgelopen weken met bevroren grond is er al vaste mest uitgereden, we beginnen ons warm te draaien voor een nieuw seizoen. Als ik daar over nadenk komen er geen perspectieven voor 2040 maar vooral korte termijn-zaken boven: aan welke knoppen gaan we dan vooral nu en komende seizoenen draaien om de kanarie in de kolenmijn (spreekwoordelijk gezien is de grutto dat) niet om te laten vallen?

Ik zeg: wat goed gaat blijven doen in de weidevogelgebieden en daarbij vooral de kwaliteit en schaal van die graslanden in de mozaïeken voor weidevogels op een hoger peil brengen. (Als de boel half mei al plat gaat liggen, gaat er iets niet goed). Maar ook: nog harder aan oren trekken van natuurorganisaties, gemeenten en provincies. Een woonwijk bovenop een top-weidevogelgebied? Een provincie met weidevogelambities laat het gebeuren. Nieuwe Natuur op voormalige weidevogelgraslanden verliest kwaliteit voor weidevogels. Gemeenten vullen hun duurzaamheidsagenda’s in met zaken die weidevogels in de wielen rijden (zonnevelden, windturbines). Waterschappen maken te weinig werk van hun aandeel in preventie van predatie. In dat bestuurlijke landschap moeten de handen ook uit de mouwen. Maak de grote woorden nou eens waar, maak keuzes en pak door.

We spreken elkaar,

Aanmelden

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

WeideWinst is een initiatief van