Menu

Buitengewone gruttokuikens voor de wetenschap

8 juli 2026      

Grutto eieren zoeken om ze uit te broeden en de kuikens vervolgens op laten groeien in een volière en daarna verder in buitenrennen in verschillende soorten grasland in Zuidwest Friesland? Klinkt als omstreden of onmogelijk, maar het is toch echt zo gegaan dit voorjaar. In Engeland noemen ze het ‘headstarting’ en doen ze het al langer als methode om de populatie een boost te geven. Een Engelse expert kwam de verzorgers van Avifauna de eerste paar dagen helpen bij de verzorging. Op het menu stonden eiwitrijke brokjes, gekweekte fruitvliegen, krekels en wormen.

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen kregen de diertjes vervolgens in Zuidwest Friesland onder hun hoede, waar ze werkelijk alles uit de kast haalden om eraan te observeren, meten en wegen. Onderzoeker Saskia Ploeg vertelt hoe ze ’s morgens om vijf uur met een collega de kuikens in transportboxen naar vijf verschillende weilanden bracht, om ze in een omheining van 75 bij 75 meter te zetten. Ze werden gewogen voor ze het gras in konden om zelf hun kostje te vinden. Zes uur lang zat er dan iemand bij om op te letten of er predatie zou optreden. En dan de kuikens weer opzoeken en vangen, opnieuw wegen en meten en terug naar de volière waar ze eventueel konden bij-eten. Zelfs de poepjes werden nog uit de transportboxen geschraapt om te analyseren welke insecten ze aten in het gras. Met plakvallen, emergentievallen en malaisevallen werd in die weilanden onderzocht welke insecten voorkwamen en hoeveel.

“Zo kunnen we zien hoeveel ze eten en wat ze eten in graslanden met verschillende soorten beheer. Er was een plasdras bij, kruidenrijk gras, natuurgrasland en twee gangbare stukken grasland”, vertelt Ploeg. “We hebben ze van heel klein zien opgroeien naar vliegvlugge kuikens van rond de 200 gram. Met al die data weten we dan bijvoorbeeld meer over hoeveel ze eten, wat een normale groeicurve is van een kuiken met voldoende voeding”. En nog veel meer dan dat. “Want eigenlijk weten we niet precies op welke leeftijd ze wat nodig hebben, wat dan het beste voor ze is. Kunnen ze in het langere gras bij een plasdras wel bij de insecten komen? Kunnen ze dat als kleintje al, of pas later vanaf een bepaalde leeftijd?” Ploeg vertelt ook dat de kuikens al op heel jonge leeftijd soms een worm vonden en uit de grond trokken. Je vraagt je bijna af, of ze zich erin kunnen verslikken. Ook grappig: als een groepje kuikens in de volière modder met wormen kreeg voorgezet waren ze daar gretig op en was er flinke concurrentie.

Het kuikentje Aux werd de mascotte van de onderzoekers: ze vloog als eerste succesvol over een klein zwembadje. Want vliegproeven waren er ook, om vast te stellen op hoeveel dagen een kuiken voor het eerst kan vliegen. Een ander kuiken viel op als deugniet die zich lang kon verstoppen in de plasdras, plat tegen de grond onder een graspol. En nu zijn ze allemaal gezenderd en op weg naar het Zuiden. Ploeg en collega’s volgen hoe het ze vergaat om te ontdekken of verschillen in voeding in de opgroeifase effect hebben op hun gedrag en overlevingskansen in het wild.

Kijk zelf maar eens op globalflywaynetwork.org en let dan op jonge grutto’s met een W2 in de code van hun pootring. Dat zijn de ‘buitengewone’ grutto’s waar Ploeg en collega’s een goudmijn aan data van hebben en waar we dus nog veel meer over gaan horen!

Met gevleugelde groet,

Aanmelden

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

WeideWinst is een initiatief van