Dijken met koeien en schapen barsten van insecten
15 juli 2026
Overal waar in Nederland ingepolderd is, hebben we dijken. Kilometerslange binnendijken vormen in menig landschap een netwerk van verbindingen voor de natuur. Met het project Rijke Dijken, onderzoeken Niels Godijn (Grauwe Kiekendief Kenniscentrum Akkervogels) en Linde Slikboer (EIS Kenniscentrum insecten) al jaren de ecologische rijkdom van het dijkennetwerk van de zeekleipolders in Zuid-Holland en Zeeland. Ze staan versteld van de diversiteit aan insecten die ze op de betere dijken tegenkomen en ook van de aantallen. Kevers, langpootmuggen, sprinkhanen, dagvlinders en nachtvlinders, wilde bijen. Een gemiddelde van 1500 bijen en 200 vlinders per hectare is ongekend veel. Met daaronder bijzondere soorten zoals kraagbloedbij en zwarte bloedbij. Vanaf 2017 inventariseren ze al en omdat er veel aan het licht kwam is er sinds 2020 financiering voor het langjarig volgen van dijken onder verschillende vormen van beheer. Daarbij kijken ze naar soortgroepen die daar het meest over zeggen omdat ze hun levenscyclus op grasdijken hebben: graslandvlinders, bijen en sprinkhanen.
Dijken liggen hoger en zijn daardoor warmer en droger, ze bieden hoogteverschil en overgangen. Het zijn lange linten, van grote waarde voor verplaatsing en uitwisseling over grote afstanden. En…ze liggen er domweg al decennia stabiel te liggen. In het tussenliggende akkerlandschap wordt de grond juist bewerkt, bemest en bespoten. De dijken blijken een veilige haven voor akkervogels die het moeilijk hebben zoals grasmus, graspieper en roodborsttapuit. Het is niet onderzocht, maar wil je in de landbouwpolders maatregelen nemen voor akkervogels, dan ligt het voor de hand om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij dat dijkenlint. Met bloemrijke randen, winterakkers, ecologische slootkanten en hagen leg je verbindingen het akkerland in.
Een ontdekking van het onderzoek is dat het veel toegepaste beheer van maaien en afvoeren (vaak gefaseerd) om te verschralen wel meer bloemen oplevert, maar niet meer insecten. De echte parels zijn stukjes dijk waar al tientallen jaren gedaan wordt wat eerder normaal was op de meeste dijken: schapen en vleesvee weiden en dat vrij extensief. De kern van de verklaring is variatie. Hier wat hoger, daar wat korter gras en soms wat kale plekken zoals de looppaadjes die schapen maken. Schuine randen die ontstaan door schuivende koeienhoeven op de flank van een dijk. Oud hout van rasters fungeert onbedoeld als insectenhotel. Variatie op de vierkante paar meter.
Maar voor vlinders gaat het bovenal ook om het feit dat er niet of nauwelijks gemaaid wordt. Rupsen zitten in het gras en overwinteren daar en met maaien haal je ze weg. Bovendien verdwijnt het microreliëf waar veel insecten nou juist dol op zijn. Met een oproep: ‘Dijk zoekt koe’ heeft het Zeeuws landschap boeren en hobbyïsten geworven die vee willen laten grazen op plekken waar dat niet meer gedaan werd. “We willen zien met welke aanpak we dijken kunnen opknappen”, zegt Godijn “Daar hebben we nog geen langjarige tellingen van, maar we hebben al waarnemingen die hoopvol stemmen, zoals argusvlinders op plekken waar die niet meer waren”. Lees er meer over op www.rijkedijken.nl
We spreken elkaar,
Aanmelden
