Passie en furie
juli 2025
Heerlijk om een boer met passie te horen praten over ‘zijn’ weidevogelbeheer. Een top melkproductie zit er bij hem niet in, met de duizenden fouragerende ganzen die hij tot 1 juni moet ‘gedogen’ en waar hij voor gecompenseerd wordt. Mais verbouwen en alleen maar donkergroen raaigras voor kuilen met hoge gehaltes willen zien, het is op Ameland een mission impossible. Beter meebewegen over de boeg van veel weidegang en weidevogelbeheer.
En hoe! De elf melkveehouders op Ameland voorzien 3000 weidevogelparen van veiligheid en voedsel in het voorjaar, er worden veel kuikens groot. Deze veehouder heeft er 300 op zijn land en op de huiskavel zijn dat heel veel scholeksters. Met de wadden dichtbij is dat niet zo vreemd. Op de veldkavel verder van de boerderij juist weer veel meer grutto’s en kieviten.
Veiligheid bieden, daar zeg je wat. Op Ameland is geen vos en geen steenmarter te bekennen en dat is een flinke zorg minder. Bij het gloedvolle en plezierige verhaal van deze melkveehouder moet ik dan ook even denken aan het onderzoek van een student van Hogeschool van Hall Larenstein. Die interviewde boeren en vrijwilligers en medewerkers van collectieven over wat boeren motiveert om (meer) weidevogelbeheer toe te passen en ook wat frustreert.
Aan de ene kant vertellen die interviews mooie dingen over enthousiaste boeren en vrijwilligers die andere veehouders over de streep trekken. En over het belang van kennisdeling en het ‘wij-gevoel’ dat ze met elkaar ervaren in gebieden waar ze samen voor weidevogels bezig zijn. De agrarische collectieven vormen voor hen een subcultuur waarin natuurinclusief boeren een vorm van professioneel vakmanschap wordt.
Wat de student ook ophaalt uit de interviews is dat resultaat halen een belangrijke factor is. Resultaat in de vorm van broedende vogels en aantallen kuikens werkt enorm motiverend en als het goed gaat maken boeren eerder de stappen van lichter naar meer zwaar beheer. Blijft dat uit of is er veel predatie, waardoor de inspanningen teniet worden gedaan, dan slaat de vertwijfeling toe. De Amelander veehouder is een blije, gemotiveerde weidevogelboer. En dat heeft veel te maken met het logische verband tussen zijn inspanningen, de vergoedingen die hij daarvoor krijgt en het resultaat in de zin van heel veel vogels en vliegvlugge kuikens.
Op het vaste land is de situatie wisselender dan op de Waddeneilanden. Op veel plekken zagen we mooie resultaten met veel broedvogels en alarmtellingen die wezen op veel kuikens. Ook gebieden waar juist minder vogels aan het broeden gingen, wellicht omdat het te droog was in maart en april. Toch horen we vooral in het noorden weer frustrerende berichten over kiekendieven die in juni toeslaan en grote aantallen kuikens roven.
Blijkens de interviews die de student hield zijn dat ‘resultaten’ die boeren kopschuw maken of er zelfs voor zorgen dat ze afhaken. Let wel, het beeld is van gebied tot gebied verschillend en we moeten vooral het grotere plaatje blijven zien. Maar voor echte resultaten zijn toch ook scherpe keuzes nodig op dit lastige onderwerp predatie, ik ga ze hier niet allemaal benoemen. Er is nou eenmaal een link tussen resultaat en motivatie van veehouders. En willen we meer zwaar beheer, grotere gebieden met goede mozaïeken, dan hebben we zoveel mogelijk van die blije en gemotiveerde veehouders nodig.
Met gevleugelde groet,

Aanmelden